Groep 1 en 2 IKC De Wieden
 
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)

Beste kinderen en ouders,

 

Welkom op onze pagina met leuke en leerzame lessen. De komende weken gaan wij hier lessen, links, spelletjes en tips op zetten om thuis samen te oefenen. 

Wanneer u vragen heeft dan kunt u ons altijd mailen. 

Juf Inge:  i.wachtmeester@ooz.nl 

Juf Janou:  j.borneman@ooz.nl

 

Veel plezier met het samen oefenen!

 

Groetjes Juf Inge, Juf Monique en Juf Janou

Uitdaging : Puzzelen

 

– waarneming en inzicht:  Kies twee puzzels. Start met makkelijke puzzels. Gooi ze allebei, door elkaar.  Maak de puzzels. Als het goed gaat, neem je hierna twee moeilijkere puzzels of drie makkelijke die je door elkaar gooit.

 

Tip voor de ouder: Laat je kind op de grond puzzelen. Op de grond werken en spelen is goed voor de motorische ontwikkeling.

(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)

Woordenslang 
Maak met uw kind een slang van dierennamen. Begin met het woord olifant. Vraag uw kind welke klank je bij olifant achteraan hoort. Bedenk samen een dier dat met deze klank, 't', begint, bijvoorbeeld tijger. Vraag uw kind wat de laatste letter van tijger is en bedenk een woord dat met de 'r' begint. Schrijf de dierennamen op een lange strook papier, zodat uw kind kan zien dat de eind- en beginklank telkens hetzelfde zijn. Ga door tot uw kind geen dierennamen meer weet.

De woordkaarten van de dierentuin die wij ook in de klas oefenen.

De volgende spelletjes kunt u doen:

* De woordkaarten laten benoemen

* Raadsels geven over de woordkaarten en uw kind moiet raden welk dier het is

* Welke kaart is weg? 4 kaarten neerleggen, uw kind doet de ogen dicht en u haalt er 1 weg. 

* 4 woorden opnoemen en uw kind herhaalt de woorden in de goede volgorde

Kijk eerst naar het volgende lied over rijmen: https://schooltv.nl/video/mijn-rijmmasjien-liedje-uit-koekeloere/

 

Nu word jij ook een rijmmachine.

Als je op je neus drukt ga je rijmen op de woorden die de ouders zeggen. 

 

Kip- wip - sip- vip - lip - tip etc. 

mand- zand- vant - kant- hand- land- 'pant' etc. 

haan- maan - zwaan - daan - 'paan' - 'kaan' etc. 

koe- moe - doe - boe - 'voe' - 'loe' etc. 

lam- kam - 'fam' - bam - ram - tam etc. 

schaap- aap - 'maap' - raap - kaap - 'vaap'. 

 

Zoals u ziet staan er ook onzin woorden in dit rijtje. 

Als uw kind rijmen nog lastig vindt is het rijmen met onzinwoorden ook goed. Het gaat erom dat uw kind een “woord” verzint met de juiste klank. Kan uw kind al rijmen, vertel dan dat jullie gaan proberen alleen rijmwoorden te verzinnen die echt bestaan!

Leuk om samen naar de praatplaat van de dierentuin te kijken. Tellen van dieren, waar zijn er meer en waar minder? 

Onze schoolbibliotheek en de gewone bibliotheek zijn gesloten. Voorlezen is erg belangrijk voor de ontwikkeling van jonge kinderen. De woordenschat wordt er bijvoorbeeld enorm door vergroot. Het herhalend lezen van boeken die uw kind al kent is niet erg, en juist ook stimulerend voor de woordenschat van uw zoon of dochter. 
Maar we snappen dat u en uw kind het ook leuk vinden om nieuwe boeken en  verhalen te ontdekken. Hierbij wat informatie voor digitaal lezen en luisterboeken. Ga naar deze website: www.jeugdbibliotheek.nl  en klik op "van 0-6 jaar" voor alle mogelijkheden. Succes! 

Allemaal leuke prentenboeken die voorgelezen worden!! Aanrader!

Smartgames, leuke leerzame spelletjes waarbij het denken wordt geoefend. Nu helemaal gratis te downloaden.

Dobbelen 

Pak twee dobbelstenen. De bedoeling is dat uw kind leert de dobbelsteen structuur in één keer te herkennen zonder steeds te hoeven tellen. Laat uw kind gooien met de dobbelstenen. Vervolgens vertelt u aan uw kind dat jullie gaan kijken hoeveel hij/zij heeft gegooid met de twee dobbelstenen samen. Vraag van één dobbelsteen hoeveel ogen deze heeft. Stimuleer uw kind om dit in één keer te zien, zonder te tellen. Bijvoorbeeld: “Bij welke dobbelsteen kun je meteen zien hoeveel het is, zonder dat je hoeft te tellen?”. Gebruik deze dobbelsteen als uitgangspunt en laat uw kind doortellen bij de volgende dobbelsteen.  

Bijvoorbeeld:  

  • Uw kind gooit “twee” en “vijf” 

  • U vraagt welke van de twee dobbelstenen uw kind meteen herkent. 

  • Uw kind herkent de “twee” 

  • U zegt: “Ok, dan hoeven we die niet te tellen. Dan beginnen we met tellen bij twee en tellen we verder op de andere dobbelsteen. Twee, drie, vier, vijf, zes, zeven. Hoeveel is het dus samen?  

Vindt uw kind het nog moeilijk? Begin dan met één dobbelsteen en stimuleer uw kind om in één keer te zien hoeveel het er zijn, zonder te tellen. Is het makkelijk voor uw kind, vraag uw kind dan van beide dobbelstenen hoeveel ogen erop staan. Deze twee getallen laat u opschrijven en vervolgens vraagt u aan uw kind hoeveel het er samen zijn.  

Wanneer u thuis dierenknuffels of kleine speeldieren heeft dan kunt u deze door uw kind op de goede volgorde laten zetten. U kunt oefenen met het leggen van klein naar groot of van dik naar dun. 

 

Wat ook een leuk spel is om te doen en daar heeft u maar 1 knuffel en een stoel voor nodig. Laat uw kind de knuffel op de goede plek neerleggen. Dus leg de knuffel op de stoel, achter de stoel, naast de stoel, voor de stoel en onder de stoel. 

Leuke spelletjes om thuis te doen.

 

Meer-Minder-Evenveel

Het is belangrijk voor uw kind om goed bekend te zijn met de begrippen: Meer, minder en evenveel. Om in zijn/haar latere schoolloopbaan goed te kunnen rekenen moet uw kind deze begrippen goed kennen. Hoe zorgen we ervoor dat uw kind deze begrippen goed kent? Door veel te oefenen met echt materiaal. Laat uw kind bijvoorbeeld knikkers verdelen tussen u en hem/haarzelf. Vraag uw kind om ervoor te zorgen dat jullie evenveel knikkers hebben. Heeft uw kind een broertje of zusje, dan kan u natuurlijk ook vragen of uw kind ervoor wil zorgen dat de knikkers eerlijk verdeeld worden tussen beide kinderen. Leg hierbij de nadruk op het woord evenveel. Pak vervolgens alle knikkers weer samen en verdeel de knikkers ongelijk. Vraag uw kind wie er nu meer knikkers heeft en wie nu minder. Deze activiteit leent zich er ook heel goed voor om te doen tijdens het eten. Mogen uw kinderen iets lekkers? Zorg ervoor dat u uw kind vraagt om te stukjes fruit, koekjes, snoepjes te verdelen zodat iedereen evenveel heeft! Of verdeel het zelf “oneerlijk” en vraag wie er nu meer of minder heeft!

Heeft u thuis lego of duplo? Laat uw kind dan eens proberen om verschillende bouwwerken na te bouwen. En daarmee bedoelen we niet het boekje volgen wat bij een nieuwe set Lego zit. Maar bouwwerken zoals hierboven. De afbeeldingen hierboven zijn relatief makkelijk. Online zijn heel veel plaatjes te vinden van bouwwerken die uw kind na kan bouwen. Een extra moeilijkheidsgraad voor uw kind is wanneer het iets moet bouwen wat ergens achter staat en je niet helemaal kan zien.

 

 

Wanneer uw kind iets gebouwd heeft (met wat voor materiaal dan ook) laat uw kind dan eens proberen zijn of haar gebouw na te tekenen. Vertel dat het zo precies mogelijk moet, zodat hij of zij het straks nog een keer kan nabouwen op dezelfde manier. Maak een foto van het eerste gebouw als de bouwtekening af is. Laat uw kind het gebouw stuk maken en opnieuw bouwen met behulp van de tekening. Is het gelukt? Bekijk de foto en beslis samen of het gelukt is. Vraag uw kind of de bouwtekening goed was. Wat was handig en wat moet hij/zij de volgende keer misschien anders tekenen om het gebouw goed na te kunnen bouwen? 

 

 

 

 

Ga samen met uw kind iets lekkers koken of bakken. Laat uw kind helpen met het verzamelen van de ingrediënten. Gebruik de woorden zwaar/zwaarder en licht/lichter. Laat uw kind verschillende ingrediënten afwegen en bespreek wat zwaarder of lichter was.

 

Eet smakelijk!

Wat is weg?

Laat uw kind 5 dingen zoeken in huis en leg ze onder een kleed. Uw kind doet zijn/haar ogen dicht. Uw haalt één voorwerp weg. Uw kind doet de ogen open en haalt het kleedje weg. Welk voorwerp heeft u weggehaald? Ook kunt u het iets moeilijker maken door bijvoorbeeld de voorwerpen te veranderen van volgorde. Welke twee voorwerpen zijn veranderd? Iets makkelijker maken kan ook. Begin met 3 voorwerpen.

Zwaar en licht

Met deze activiteit leren je kleuters op een speelse manier meten en wegen. Ze begrijpen dat het gewicht niet altijd samenvalt met de lengte en grootte van een voorwerp. En wat gebeurt er als je verschillende voorwerpen met elkaar gaat vergelijken? Wat is dan zwaarder?

Wat heb je nodig?

·       2 plastic tassen

·       Kledinghanger

·       Zware en lichte spullen

Bespreek met uw kind wanneer iets zwaar of licht is. Iets wat groot is hoeft niet altijd zwaarder te zijn dan iets wat klein is. Bespreek dingen in uw huis die zwaar of licht zijn. Vervolgens hangt u aan beide kanten van de kledinghanger een plastic tas. Vertel uw kind dat je nu een weegschaal gemaakt hebt. Wanneer je aan het haakje vast houdt kun je zien welke van de twee tasjes het zwaarst is en welke het lichtst. Vraag uw kind of hij/zij al weet hoe je dat kunt zien? Vervolgens kunnen jullie dingen gaan wegen. Begin steeds met in beide plastic tasjes één ding. Laat uw kind vooraf een voorspelling doen. Welke denk hij/zij dat het zwaarst of lichtst zal zijn? En waarom? Vervolgens proberen jullie het uit en gaan jullie kijken of uw kind gelijk had. Het doel is dat uw kind de begrippen zwaar en licht goed leert kennen.

Leuke rekenspellen om thuis te oefenen op tablet of laptop.

Groepjes maken

Dit is een reken activiteit. Leg een grote hoeveelheid legosteentjes op tafel. Vraag uw kind om zonder te tellen steeds groepjes van twee te maken. Stop wanneer uw kind een aantal groepjes gemaakt heeft en vraag hem/haar de groepjes van twee te tellen. Is het maken van groepjes van twee erg makkelijk? Laat uw kind na in één keer groepjes van 3, 4 of 5 maken.

Oefen met uw kind de dagen van de week. U kunt elke dag vragen welke dag is het vandaag?

-          En welke dag is het morgen, welke dag was het gisteren (en overmorgen, en eergisteren)?

-          Welke datum is het?

-          Welke maand?

o   Luister het liedje “12 maanden bij elkaar”:  https://www.youtube.com/watch?v=D9PAKwwQhkw

De afbeelding hierboven geeft weer hoe de dagen van de week er bij ons in de klas uit zien. U kunt ergens in huis ook op een groot vel papier de dagen van de week onder elkaar met deze kleuren schrijven. Maak een pijltje die je kunt verplaatsen. Zo kunt u iedere dag met uw kind bekijken welke dag het is en de bovenstaande vragen bespreken.

 

(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)

Allerlei knutsels!

Op een mooie zonnige dag kun je buiten hele mooie schaduwtekeningen maken.

Zoek een goed plekje uit met veel ruimte en goede tegels om op te stoepkrijten. Zet de dingen die je wil tekenen op de straat en…. Tekenen maar!

Heb je geen goede plek om te stoepkrijten? Pak dan een groot vel papier en maak daar de schaduwtekeningen op.

Ben je klaar? Haal het voorwerp waarvan je de schaduwtekening gemaakt hebt weg en er blijft een prachtige tekening over! Maak een foto en stuur hem naar juf voor op Klasbord, zodat de andere kinderen ook kunnen zien wat je gemaakt hebt!

Sport je naam!

 

 

 Doe de oefeningen van de letters die in je naam zitten!!

 

A.  15x springen

B.   20x hinkelen rechts en 20x hinkelen links

C.   20x kikkersprongen

D.  10x opdrukken

E.   Ren 5x de trap op en af

F.    20 seconden planken

G.  30 seconden tegen de muur zitten (als stoel!)

H.  10x plat op de grond liggen en in de lucht springen

I.      20x jumping jacks (wijd-sluit springen)

J.     30 seconden op je linkerbeen staan (ogen dicht)

K.   30 seconden op je rechterbeen staan (ogen dicht)

L.    20x op een stoel gaan zitten en weer opstaan

M.                      20x sit-ups (buikspieren)

N.  30 seconden rennen op je plaats

O. Maak 5x een handstand

P.   Kruip 5x onder de tafel door

Q. Maak 3x een koprol

R.   Ga 10x op een stoel staan en stap er weer af

S.    Houd een fles water 30 seconden boven je hoofd

T.   30 seconden knieheffen

U.  30 seconden hakken billen

V.  20x squats

W. Houdt 2 flessen water met gestrekte armen voor je

X. Ren 6x de trap op en af

Y. Dans mee met je favoriete videoclip!

Z. Ga 10x op de rug liggen en ga weer staan.

Schrijven 

Letters naschrijven in het zand, of in scheerschuim. U schrijft de letters eerst voor op een blad en u laat uw kind de letters vervolgens naschrijven. Gebruik hierbij de kleine letters.  

Het is leuk om een beetje zand, bijvoorbeeld uit de zandbak. Op een dienblad of in een grote ovenschaal te doen. Uw kind kan hierin de letters schrijven en vervolgens even schudden met de schaal, en opnieuw beginnen met de volgende letter. In scheerschuim schrijven op tafel is ook erg leuk. Spuit een beetje scheerschuim op tafel en veeg het uit en beginnen maar! De kinderen van groep 2 kennen het scheerschuim van schrijfdans op de vrijdag!  

Leuke site voor spelletjes.